Jong, net bevallen; en een hartinfarct
Het is 12 augustus 2025. Het is een prachtige dag. De eerste dag van een hittegolf in Nederland. Ik ben op vakantie op de Veluwe met mijn gezin. We hebben een heerlijk boshuis gehuurd voor twee weken.
De baby van drie maanden oud ligt boven te slapen. Mijn man ligt in de hangmat. Ik lig te dutten in een tuinstoel. De twee oudste kinderen, van zes en vier, zijn aan het spelen in de tuin. Het gaat goed met ons.
Ik ben drie maanden geleden thuis bevallen na een ongecompliceerde zwangerschap. We hebben in de kraamtijd bewust gekozen voor veel rust en dat heeft ervoor gezorgd dat het een hele goede periode was. Ik geniet van ons gezin. Het gaat ook heel goed met de baby. Hij slaapt bijzonder veel en goed. ’s Nachts hoeven we er al niet meer voor hem uit.
“Ik wist meteen: dit is niet goed.”
Ik sta op uit mijn tuinstoel om samen met de twee oudste kinderen op de fiets naar het strandje in de buurt te gaan. Plotseling voel ik een drukkende pijn op mijn borst. Mijn dochter smeert mijn rug in met zonnebrandcrème, maar ik kan niet blijven zitten van de pijn.
Ik moet overgeven, krijg kramp in mijn kaken en een tintelende linkerarm. Ik denk meteen: dit is niet goed. Google bevestigt mijn eerste gedachten: een hartinfarct, bel 112. Ik bel zelf.
De pijn is heftig, maar volgens mijn man zie ik er normaal uit. Hij snapt niet zo goed waarom ik plotseling denk dat ik een hartinfarct heb. De centralist van de ambulance belooft een ambulance te sturen, maar niet met spoed.
“Meisje, de kans dat jij op je 36e een hartinfarct hebt is zó klein…”
Achttien minuten wachten we op de ambulance. Ik raak langzaam in paniek. De kinderen zeuren ondertussen dat ze willen zwemmen. De baby blijft gelukkig slapen.
Als de ambulancebroeders eenmaal arriveren, onderzoeken ze me, maar vinden geen duidelijke aanwijzingen voor een hartinfarct. Mijn ademhaling is niet rustig en daarom denken ze dat mijn klachten worden veroorzaakt door hyperventilatie.
Er wordt tegen me gezegd: “Meisje, de kans dat jij op je 36e een hartinfarct hebt is zó klein…”
Om mijn ademhaling rustig te maken moet ik mijn kinderen een stukje voorlezen. Het lukt me bijna niet om de woorden uit te spreken, zo overheersend is de pijn. Maar mijn ademhaling wordt rustiger.
Omdat de pijn blijft, moet ik voor de zekerheid mee naar het ziekenhuis in Harderwijk. Ik loop de twintig stappen naar de ambulance. Eenmaal in de ambulance neemt de pijn verder toe. Er wordt een tweede hartfilmpje gemaakt.
En dan is plotseling alles anders.
Er zijn duidelijke afwijkingen te zien. We gaan met spoed naar Isala in Zwolle. Daar krijg ik een spoedkatheterisatie en herkent de cardioloog direct dat het om een SCAD gaat. Ik ben de cardioloog erg dankbaar voor deze snelle diagnose.
Ik krijg medicatie en word ter observatie vijf dagen opgenomen op de hartbewaking.
“ Lang zal ze leven kreeg ineens een heel andere betekenis.”
Daarmee begint een onzekere periode waar ik nu nog steeds in zit. De medicatie slaat goed aan en een nieuw infarct blijft uit. Ook de schade aan mijn hart is gelukkig beperkt.
Na vier dagen ziekenhuis mag ik naar huis om samen met mijn gezin, ouders en zus mijn 37e verjaardag te vieren. “Lang zal ze leven” heeft een nieuwe lading gekregen.
De eerste weken kan ik weinig en komt de zorg voor onze drie kinderen vooral op de schouders van mijn man terecht. Familie helpt waar mogelijk. De grootste uitdaging is dat ik de baby niet kan en mag tillen. Volgens één van de artsen moet de baby de komende tijd maar zelf op mijn schoot kruipen. Dat gaat natuurlijk niet met een baby van drie maanden.
“De afgelopen maanden blijf ik terugkerende pijn op de borst ervaren, voornamelijk rond mijn ovulatie en voor mijn menstruatie.”
Na twee maanden start ik met hartrevalidatie in het UMC Utrecht. Daar tref ik een fijne groep met lotgenoten. Geen andere SCAD-patiënten, maar wel andere jonge vrouwelijke patiënten met pijn op de borst. Deze contacten zijn ontzettend waardevol.
De afgelopen maanden blijf ik terugkerende pijn op de borst ervaren, voornamelijk rond mijn ovulatie en voor mijn menstruatie. In november is dit zo hevig dat ik opnieuw met de ambulance naar de SEH word gebracht.
Er wordt geen infarct vastgesteld, maar de pijn is vergelijkbaar. En het herstel ook. Ik moet er twee maanden van bijkomen en de hartrevalidatie onderbreken.
Het is lastig dat SCAD zo zeldzaam is. Ik merk dat mijn cardioloog weinig kennis over SCAD heeft. Het meeste heb ik tot nu toe gehad aan mijn gesprekken met de vasculair internist. Deze arts ziet veel SCAD-patiënten per jaar en heeft daardoor meer kennis van SCAD.
“Het enige concrete advies dat ik heb gekregen, is om liever niet opnieuw zwanger te worden.”
Er is geen FMD bij mij vastgesteld. De SCAD is waarschijnlijk ontstaan door de dalende hormoonspiegels na mijn zwangerschap. Ik vind het lastig dat dit proces nog niet goed onderzocht is en dat er niets is wat ik kan doen, behalve gezond leven, om te voorkomen dat ik nog een SCAD krijg.
Het enige concrete advies dat ik heb gekregen, is om liever niet opnieuw zwanger te worden.
Mijn SCAD is inmiddels zeven maanden geleden. Langzaamaan gaat het beter met me. Ik hoop dat dat de komende tijd zo doorzet.
Voor komende zomer hebben we weer een heerlijk boshuis gereserveerd. Ik hoop dat ik daar dit jaar onbezorgd kan genieten van een fijne vakantie met mijn gezin.
Tekst: Vera